Hallo Louis

Hallo Louis …

 

Hoi Louis, was de aanhef van een brief die ik tijdens de herfst van 2007 aan Louis verzond.

Ik bedankte Louis in mijn brief voor de condoleance kaart die hij aan mijn ouders had gestuurd. Hoe triest ook het was een van de weinige kaarten die mijn ouders kregen na het overlijden van hun kind, mijn jongere zuster. Dat onderaan de kaart de naam van Louis stond raakte mij diep.

De man met wie ik 10 jaar mijn leven deelde nam niet eens de moeite om per telefoon mijn ouders te condoleren.

De man die in 2005 onherroepelijk en onterecht tot levenslang werd veroordeeld en wie ik sinds medio 1996 niet meer had gezien of gesproken, uitgerekend hij gaf blijk van medeleven!

Louis heb ik rond augustus 1993 leren kennen tijdens een groepsbezoek in De Bunker te Scheveningen. We gingen met een klein groepje op bezoek bij een groep kennissen die gedetineerd zaten. Aan tafel zat ook ene Louis.

Hallo Louis, ik ben Jacqueline terwijl ik mijn hand uitstak.

Twee fel blauwe flikkerende ogen keken mij aan terwijl mijn hand werd fijngeknepen. God alle jezus zeg, hoezo domme kracht.

We schoven de stoelen aan tafel en raakte in gesprek waarbij we regelmatig in de lach schoten om de grappen die wij maakten over de voor- en nadelen van relaties. Louis was net van zijn vrouw gescheiden en ik was al een tijdje alleenstaande moeder. In datzelfde jaar nam Louis niet alleen afscheid van zijn toenmalige vrouw maar ook van zijn club.

Na veel koffie en wat hapjes was het weer tijd om te vertrekken. Bij vertrek vroeg Louis of ik, met hetzelfde ploegje nog een keer op bezoek wilde komen, zo ook of hij mocht bellen. Ik keek hem aan en zei “Ja hoor dat wil ik wel en ja hoor dat mag wel”.

Na enkele weken was ik behoorlijk gecharmeerd van Louis en vice versa.
Zo ontstond er een relatie die van 1993 tot medio 1996 zou duren.

We slaan die periode gewoon even over en maken een sprong naar 2007.
Het jaar waarin ik werd getroffen door een heftige burn-out en waarbij ik ernstig depressief raakte. Het jaar waarin ik mijn huis, mijn baan en mijn zuster verloor.

Ook het jaar waarin ik Louis bezocht in Lelystad.

Na 11 jaar zaten wij weer naast elkaar.
Niet de meest charmante plek zo een tafeltje in een bezoekzaal van de bajes.

We liepen samen naar de koffie-automaat en namen weer plaats aan ons tafeltje. Op zeker moment keek ik Louis aan en hij mij waarbij de tranen in zijn ogen sprongen. Snel draaide ik mijn hoofd om daar ik wist dat hier, tegenover mij een man zat die nauwelijks in staat was zijn tranen de vrije loop te laten. Niet omdat hij geen emoties of verdriet kende maar omdat hij zo hard was voor zichzelf. Daarom draaide ik mijn hoofd om zodat hij zichzelf weer even kon vermannen daar in die volle bezoekzaal.

Louis was intens gelukkig dat hij mij weer zag maar ook intens verdrietig door hetgeen hem was aangedaan. Zelf kon ik het allemaal niet zo bevatten en vroeg hem de hemd van zijn lijf zo ook naar het dossier. In 1993 wist ik al dat hij ooit enkele weken werd verhoord voor de zaak Bolhaar.

Wie hier meer over wil lezen kan dit doen op www.louishagemann.nl

Louis vroeg mij bij vertrek of ik nog een keer op bezoek wilde komen en of hij mij mocht bellen.

Ik zei: “Ja hoor dat wil ik wel en ja hoor dat mag wel”